Vermogensaanwasbelasting is belasting over de werkelijke groei van je vermogen, elk jaar opnieuw. Niet een verondersteld rendement zoals nu, maar wat je daadwerkelijk verdient aan rente, dividend, huur en waardestijging. Ook als je niets verkoopt.
Waarom box 3 verandert
Sinds 2001 belast box 3 een fictief rendement: de Belastingdienst gaat uit van een vast percentage, ongeacht wat je echt verdient. In het Kerstarrest van 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat dit in strijd is met het eigendomsrecht en het discriminatieverbod als je werkelijke rendement lager is. In juni 2024 bevestigde de Hoge Raad die lijn. Het kabinet moest dus naar een stelsel dat het werkelijke rendement belast.
Het resultaat is het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 (kamerstuk 36 748). Tot dat er is, geldt een tegenbewijsregeling: wie kan aantonen dat zijn rendement lager was dan het forfait, betaalt minder.
Wat valt onder werkelijk rendement?
Het voorstel telt twee soorten voordeel bij elkaar op:
- Directe opbrengsten, in de wet ‘reguliere voordelen’: spaarrente, dividend, couponrente en huurinkomsten.
- Waardeveranderingen: de koersstijging of -daling van je beleggingen of crypto over het jaar, ook als je niets verkoopt.
Daar gaat de betaalde rente op box 3-schulden vanaf. Wat overblijft is je resultaat. Over het deel boven € 1.800 per persoon betaal je 36%.
Uitzondering: vastgoed en startup-aandelen. Voor onroerende zaken en bepaalde aandelen in startups en scale-ups kiest het voorstel voor vermogenswinstbelasting: de waardestijging wordt pas belast bij verkoop. Huurinkomsten worden wel jaarlijks belast. Meer hierover lees je in box 3 en vastgoed.
De regels op een rij
| Onderdeel | Nu (2026) | Voorstel werkelijk rendement |
|---|---|---|
| Grondslag | Verondersteld rendement over vermogen op 1 januari | Werkelijk rendement over het hele jaar |
| Vrijstelling | € 59.357 vermogen per persoon | € 1.800 rendement per persoon |
| Tarief | 36% | 36% |
| Ongerealiseerde koerswinst | Niet apart (zit in forfait van 6%) | Jaarlijks belast |
| Vastgoed | 6% over WOZ-waarde | Huur jaarlijks, waardestijging bij verkoop |
| Verlies | Geen verrekening | Vooruit verrekenen, boven € 500 |
Wat betekent het voor spaarders?
Voor spaarders verandert relatief weinig. Het forfait op spaargeld (1,28% in 2026) ligt al dicht bij de werkelijke spaarrente. Wel verdwijnt de vrijstelling van bijna € 60.000 vermogen. Wie € 100.000 spaart tegen 2% rente, heeft € 2.000 rendement; na aftrek van € 1.800 blijft € 200 belast, dus € 72 belasting. Met een fiscaal partner valt dat rendement volledig binnen de vrijstelling van € 3.600.
Wat betekent het voor beleggers?
Voor beleggers is het effect groter en wisselender. In goede beursjaren betaal je meer dan nu, omdat het werkelijke rendement vaak boven het forfait van 6% ligt en de vrijstelling kleiner is. In slechte jaren betaal je niets en bouw je een verlies op dat je later kunt verrekenen. Een aandachtspunt is de liquiditeit: je betaalt belasting over koerswinst die je nog niet hebt verkocht.
Wat betekent dit voor jouw vermogen?
Vul je spaargeld, beleggingen en eventueel vastgoed in en zie direct het verschil tussen nu en straks.
Open de box 3-calculatorHoe zeker is dit?
Nog niet. De Tweede Kamer stemde in februari 2026 in, maar de Eerste Kamer heeft de stemming aangehouden. Na Prinsjesdag 2026 wil het kabinet het voorstel langer laten liggen en ook een vermogenswinstbelasting verkennen. Volg de actuele stand in box 3 vanaf 2028.
Veelgestelde vragen
Betaal ik ook belasting als mijn beleggingen dalen?
Nee. Bij een negatief resultaat betaal je in dat jaar geen box 3-belasting. Een verlies boven € 500 mag je volgens het voorstel verrekenen met positieve resultaten in latere jaren.
Geldt het heffingvrij vermogen straks nog?
Nee. In het voorstel vervalt het heffingvrij vermogen van € 59.357. Daarvoor in de plaats komt een heffingvrij resultaat: de eerste € 1.800 rendement per persoon per jaar is onbelast.
Mag ik kosten aftrekken?
Beperkt. Rente op schulden in box 3 is aftrekbaar, en bij vastgoed mogen kosten van onderhoud en beheer van de huur af. Transactie- en beheerkosten van beleggingen zijn in het voorstel in principe niet aftrekbaar.